Buitenaards leven is leven waarvan de oorsprong buiten de Aarde ligt. Er is ook wel sprake van buitenaardse wezens, ruimtewezens of aliens (via het Engels van het Latijnse alienus, oorspronkelijk “van iemand anders”, later met de betekenis “uitheems” of “vreemd”). Het is het studieobject van de astrobiologie, maar het bestaan ervan blijft speculatief, aangezien er tot nu toe geen enkel algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs voor werd gevonden.
Introductie: Over de mogelijkheid van buitenaards leven lopen de meningen sterk uiteen. Sommige astronomen schatten de kans vrij hoog in. Deze kans hangt samen met het vermoedelijke aantal planeten in het heelal. Het aantal sterrenstelsels loopt in de miljarden en elk sterrenstelsel bestaat zelf uit miljarden sterren. Inmiddels is aangetoond dat de meeste sterren een of meer planeten hebben. Het is daarom aannemelijk dat het aantal planeten een veelvoud van het aantal sterren is en in de biljoenen loopt. Afhankelijk van de vraag wat de juiste omstandigheden zijn om leven mogelijk te maken, bijvoorbeeld de aanwezigheid van water, zal het aantal planeten met leven variëren van één, de Aarde zelf, tot mogelijk honderden miljoenen.
Drake equation, a mathematical formula for the probability of finding life or advanced civilizations in the universe, click picture to read
Vergelijking van Drake: De factoren die leiden tot een ruwe schatting van het aantal planeten met (intelligent) leven, zijn bijeengebracht in de vergelijking van Drake. Uitgaande van deze vergelijking zou het heelal vol leven moeten zijn.
Fermi-paradox: De Fermi-paradox is een paradox waarin de grote statistische waarschijnlijkheid van het bestaan van intelligent buitenaards leven in schril contrast staat met een gebrek aan bewijs daarvoor. Er is een breed scala van mogelijke oplossingen voor de Fermi-paradox voorgesteld. Deze zijn grofweg in te delen in de volgende categorieën:
Buitenaards intelligent leven bestaat niet (De Aarde is uniek) en wij zijn alleen in de kosmos
Buitenaards intelligent leven bestaat wel maar is te zeldzaam
Buitenaards intelligent leven bestaat maar we hebben het nog niet gevonden
Om sociologische of economische redenen zijn andere beschavingen niet of slechts beperkt door de ruimte gaan reizen.
Contact leggen is gevaarlijk
Intelligent leven wordt al snel bovenmenselijk
Buitenaardse beschavingen willen (nog) geen contact
Er is al contact (geweest)
Een aanverwant, op het eerste gezicht vergezocht, idee is dat het door de mensheid waargenomen heelal deel uitmaakt van een gesimuleerde werkelijkheid analoog aan de schijnwereld zoals getoond in de film The Matrix (1999). Een technologisch zeer hoog ontwikkelde beschaving zou een realistische simulatie kunnen draaien met daarin de Aarde en een stuk heelal dat voor de mensheid als zeer realistisch wordt ervaren. Mogelijk om vertier, als hobby, voor wetenschappelijk onderzoek, of om onze technologie te gebruiken of andere voor ons niet te vatten redenen. De filosoof Nick Bostrom heeft over deze these een verhandeling gepubliceerd.
Type I: De beschaving is in staat alle op een planeet beschikbare energie te gebruiken. Dat is ongeveer 1016W (voor de Aarde zelfs iets meer dan 1,74×1017 W).
Type II: De beschaving is in staat alle beschikbare energie die uitgaat van een enkele ster te gebruiken. Dat is ongeveer 1026 W. Een veronderstelde type-II-beschaving zou een Dysonbol of een gelijkaardige constructie kunnen gebruiken om de totale energie-uitstoot van een ster te winnen.
Type III: De beschaving is in staat de totaal beschikbare energie in een sterrenstelsel te gebruiken. Dat is ongeveer 1036 W.
De menselijke beschaving bevindt zich nog ergens onder type I, aangezien we slechts een deel van de beschikbare energie op de Aarde weten te gebruiken. Je zou de mensheid dus als “type 0” aan kunnen duiden.
Hoewel in de oorspronkelijke schaal van Kardasjov geen tussenliggende waarden voorzien waren, heeft Carl Sagan geprobeerd te interpoleren. Hij schatte de status van de mensheid op 0,7 in 1973 op basis van de volgende formule:
Als we in deze formule het energieverbruik van de mensheid in 2020 invullen, 1,5×1013 W, scoort de mensheid 0,72 in 2022.
De schaal kan verder uitgebreid worden met bijvoorbeeld onderstaande type beschavingen. Deze twee niveau’s waren niet opgenomen in de oorspronkelijke schaal van Kardasjov.
Type IV: De beschaving kan alle beschikbare energie in een supercluster van sterrenstelsels gebruiken. Dat is ongeveer 1046 W.
Type V: De beschaving kan alle beschikbare energie in het hele heelal gebruiken. Dat is ongeveer 1054 W.
The CoLD (Confidence of Life Detection) scale, a framework for measuring just how close we are to finding something that spawned somewhere other than Earth.
SETI, de “search for extraterrestrial intelligence” (De zoektocht naar buitenaardse intelligentie) is een project waarbij door gevoelige radiotelescopen wordt gezocht naar signalen uit de ruimte die kenmerken hebben waaruit blijkt dat ze veroorzaakt zouden kunnen zijn door een buitenaardse beschaving. Het zou kunnen gaan om het toevallig onderscheppen van signalen die door een beschaving worden geproduceerd, of om signalen die opzettelijk worden uitgezonden om contact te maken met onbekende beschaving.
Een planeet is een hemellichaam dat om een ster beweegt. Planeten hebben genoeg massa om een ronde vorm te benaderen, maar te weinig massa om in hun binnenste tot kernfusie te leiden, zodat ze zelf geen licht geven.
Wikipedia: De planeten van het zonnestelsel en de maan in volgorde vanaf de zon naar buiten (planeten niet op schaal)
Introductie: In het zonnestelsel bewegen acht planeten om de Zon. De Aarde is daarvan zeer waarschijnlijk de enige waarop leven voorkomt. In het sterrenstelsel waartoe de Zon behoort, de Melkweg, hebben waarschijnlijk de meeste sterren een planetenstelsel, waarin een of meer planeten rond de ster bewegen.
Een planeet die om een andere ster dan de Zon wentelt, heet exoplaneet. Exoplaneten zijn moeilijk waar te nemen: ze zijn uiterst lichtzwak omdat ze doorgaans kleiner zijn dan sterren en uitsluitend weerkaatst licht uitzenden, en ze bevinden zich bovendien dicht bij de veel lichtsterkere centrale ster. De eerste onrechtstreekse waarnemingen die het bestaan van exoplaneten bevestigden, dateren uit de jaren 1990. Pas sinds 2004 zijn er rechtstreekse waarnemingen. Naast directe waarneming onderscheidt men de volgende methoden om exoplaneten te vinden:
fotometrie: waarneming van een periodieke variatie in de helderheid van de centrale ster, veroorzaakt door een overgang van de planeet, zoals bij bedekkingsveranderlijken
gravitationele microlensing: een toevallige gebeurtenis waarbij een grote, onzichtbare planeet een variatie veroorzaakt in de afbuiging van het licht van achterliggende, verder verwijderde sterren
Solitaire planeten hebben geen ster in de omgeving die hun baan bepaalt. Ze zijn moeilijk waarneembaar maar in december 2021 maakte de European Southern Observatory bekend, dat ze er zeventig had opgespoord in de sterrenbeelden Schorpioen en Slangendrager. Daardoor kan nu onderzoek worden gedaan naar hun ontstaansgeschiedenis.
De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van planeten en andere hemellichamen, heet planetologie.
The Silurian hypothesis is a thought experiment which assesses modern science’s ability to detect evidence of a prior advanced civilization, perhaps several million years ago.
The idea was presented in a 2018 paper by Adam Frank, an astrophysicist at the University of Rochester, and Gavin Schmidt, director of the Goddard Institute for Space Studies. Frank and Schmidt imagined an advanced civilization before humans and pondered whether it would “be possible to detect an industrial civilization in the geological record”. They argue as early as the Carboniferous era (~350 million years ago) “there has been sufficient fossil carbon to fuel an industrial civilization comparable with our own”. However, they also wrote: “While we strongly doubt that any previous industrial civilization existed before our own, asking the question in a formal way that articulates explicitly what evidence for such a civilization might look like raises its own useful questions related both to astrobiology and to Anthropocene studies.” The term “Silurian hypothesis” was inspired by the fictional species called the Silurians from the British television series Doctor Who.
According to Frank and Schmidt, since fossilization is relatively rare and little of Earth’s exposed surface is from before the Quaternary time period (~2.5 million years ago), there is low probability of finding direct evidence of such a civilization, such as technological artifacts. After a great time span, the researchers concluded, contemporary humans would be more likely to find indirect evidence such as rapid changes in temperature or climate (as occurred during the Paleocene–Eocene Thermal Maximum ~55 million years ago); evidence of tapping geothermal power sources; or anomalies in sediment such as their chemical composition (e.g., evidence of artificial fertilizers) or isotope ratios (e.g., there is no naturally occurring plutonium-244 outside a supernova, so evidence of this isotope could indicate a technologically advanced civilization). Objects that could indicate possible evidence of past civilizations include plastics and nuclear wastes residues buried deep underground or on the ocean floor.
Frank and Schmidt speculate such a civilization could have gone to space and left artifacts on other celestial bodies, such as the Moon and Mars. Evidence for artifacts on these two worlds would be easier to find than on Earth, where erosion and tectonic activity would erase much of it.
Frank first approached Schmidt to discuss how to detect alien civilizations via their potential impact upon climate through the study of ice cores and tree rings. They both realized that the hypothesis could be expanded and applied to Earth and humanity due to the fact that humans have been in their current form for the past 300,000 years and have had sophisticated technology for only the last few centuries.
Mars: Mars is vanaf de zon geteld de vierde planeet van het zonnestelsel, om de zon draaiend in een baan tussen die van de Aarde en die van Jupiter. De planeet is kleiner dan de Aarde en met een (maximale) magnitude van -2,9 minder helder dan Venus en meestal minder helder dan Jupiter. Mars wordt wel de rode planeet genoemd maar is in werkelijkheid eerder okerkleurig. De planeet is vernoemd naar de Romeinse god van de oorlog. Mars is gemakkelijk met het blote oog te bespeuren, vooral in de maanden rond een oppositie. ’s Nachts is Mars dan te zien als een heldere roodachtige “ster” die evenwel door haar relatieve nabijheid geen puntbron is maar een schijfje. Daarom flonkert Mars niet zoals bv. de verre rode reuzensterAldebaran.
Bron: Wikipedia, Blueish-white water ice clouds hang above the volcanoes of Tharsis, on Mars
Mars is een terrestrische planeet met een ijle atmosfeer. Het oppervlak is op sommige plekken net zoals dat van de Maan bezaaid met inslagkraters, terwijl op andere plaatsen net zoals op de Aarde, vulkanen, valleien, zandduinen en poolkappen voorkomen. Verder komen ook de rotatieperiode (etmaal) en de wisselingen van de seizoenen op Mars bij benadering overeen met die van de Aarde. Mars heeft twee manen; Phobos en Deimos. Beiden zijn kleine, onregelmatig gevormde objecten. Mogelijk zijn deze twee manen door de zwaartekracht van Mars ingevangen planetoïden.
Voor de tijd van de ruimtevaart werd vaak gedacht dat leven en vloeibaar water op Mars voorkwamen. Nadat in 1965 de ruimtesondeMariner 4 langs Mars vloog, werd aangenomen dat geen van beide het geval kon zijn. In 2003 ontdekte de ESA-sonde Mars Express water in de vorm van waterdamp en ijs op Mars. In 2008 werden door de ruimtesondePhoenix ijsmonsters rechtstreeks onderzocht. Waarnemingen door de Mars Reconnaissance Orbiter hebben mogelijk stromend water ontdekt tijdens de warmste maanden op Mars. In 2015 maakte NASA bekend dat er bewijs gevonden is voor stromend water. In 2017 werd die stellige bewering echter ingetrokken.
Pluto: Pluto is een dwergplaneet in de Kuipergordel, de voorlaatste zone van het zonnestelsel. De dwergplaneet is vernoemd naar de Romeinse god van de onderwereld, Pluto. Pluto werd op 18 februari 1930 ontdekt door de AmerikaanClyde Tombaugh en werd tot 2006 geclassificeerd als de negende planeet. Hij heeft in de catalogus van planetoïdennummer 134340. De sterk excentrischebaan van Pluto ligt grotendeels buiten die van de planeet Neptunus. Hij draait in 248 jaar om de zon en is gemiddeld bijna 40 maal zo ver ervan verwijderd als de Aarde. Pluto heeft vijf manen, waarvan de grootste – Charon – zoveel massa heeft dat Pluto en Charon rond een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien dat buiten het oppervlak van Pluto zelf ligt, waardoor beide hemellichamen door sommigen als een dubbel-dwergplaneet worden gezien.
Milankovitch-parameters: De Milanković-parameters, ook: Milankovitch-parameters, zijn astronomische grootheden die cyclische variaties veroorzaken. Zij zijn van invloed op de klimaatveranderingen op de aarde, gezien over de perioden van duizenden jaren, op het ritme waarmee ijstijden en interglacialen elkaar afwisselen. Dat komt omdat zij de intensiteit en de verdeling van het zonlicht op de aarde bepalen.
De invloed van de maat van deze parameters op de temperatuur op aarde is het gevolg van het feit dat de landmassa’s niet gelijkmatig over de aarde verdeeld liggen. Variaties in het klimaat kunnen met behulp van bijvoorbeeld sequentiestratigrafie over lange tijd in het verleden worden onderzocht.
Supernova: Een supernova (meervoud: supernovae of supernova’s) is het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert. De uitbarsting is herkenbaar aan de enorme hoeveelheid licht die hierbij wordt uitgestraald. De ster vlamt op met de lichtkracht van honderden miljoenen tot meer dan een miljard zonnen. De sterkste supernovae worden hypernova genoemd.
Supernovae ontstaan via twee mechanismen: ten eerste zijn ze het natuurlijke levenseinde van alle zware sterren (supernovae van de typen Ib, Ic en II); ten tweede kunnen witte dwergen in nauwe dubbelsterren zich ontwikkelen tot een supernova (type Ia). De chemische elementen met een atoomnummer groter dan dat van ijzer danken hun ontstaan aan supernovae door middel van neutronenvangst.
De naam “supernova” (de “super”-variant van een nova = nieuwe ster) wijst op het opvallendste kenmerk van een supernova: de grote helderheidstoename. Waar de ster voorheen zo zwak was dat hij niet of nauwelijks zichtbaar was, kan hij afhankelijk van de afstand tot de Aarde als supernova enige tijd de hemel domineren. (Let op: Primed omega supernovas worden zo verhit dat de protons dematerialiseren.)
Dit spectaculaire verschijnsel is vrij zeldzaam. Over de afgelopen 2000 jaar zijn er in het melkwegstelsel minder dan tien waargenomen: in de jaren 185, 386 (misschien), 393, 1006, 1054, 1181, 1572 en 1604. Er moeten er meer zijn geweest, want van sommige recente supernovae zijn in radiostraling de uitdijende restanten nog zichtbaar. Maar die zijn niet door mensen gezien, bijvoorbeeld doordat de supernova aan het oog werd onttrokken door donkere gaswolken, of doordat de telescoop nog niet was uitgevonden. Geschat wordt dat er in een sterrenstelsel als het onze gemiddeld één tot drie supernovae per eeuw optreden.
Na een supernova kan van de ster een zogenaamde neutronenster overblijven: een klein, superzwaar lichaam, of als de massa daar groot genoeg voor was, een zwart gat, een lichaam zo zwaar en dicht dat zelfs licht niet kan ontsnappen aan zijn zwaartekracht. De lagen van de ster die bij de explosie worden afgestoten, worden na enkele jaren voor telescopen zichtbaar als een zich uitbreidende nevelvlek, de supernovarest. Een voorbeeld is de Krabnevel, die ontstaan is bij de SN 1054, een supernova die werd waargenomen in het jaar 1054.
Sterren die exploderen als supernova, zijn de bron bij uitstek van alle chemische elementen in het heelal zwaarder dan waterstof en helium. Bij de hoge temperaturen die kort vóór de supernova-explosie in de ster heersen, zijn allerlei kernreacties mogelijk, waarbij zelfs elementen worden gevormd die veel zwaarder zijn dan ijzer. Dit gebeurt door middel van het r-proces, het s-proces, en het p-proces. Supernova-explosies blazen deze elementen daarna de ruimte in. Dit zijn de elementen die, samen met voornamelijk waterstof, planeten en alles op Aarde – inclusief onszelf – maken.
As of November 2020, SNEWS has not issued any supernova alerts. This is unsurprising, as supernovae appear to be rare: the most recent known supernova remnant in the Milky Way was around the turn of the 20th century, and the most recent Milky Way supernova confirmed to have been observed was Kepler’s Supernova in 1604.
Powerful bursts of electron neutrinos (νe) with typical energies of the order of 10 MeV and duration of the order of 10 seconds are produced in the core of a red giant star as it collapses on itself via the “neutronization” reaction, i.e. fusion of protons and electrons into neutrons and neutrinos: p + e− → n + νe. It is expected that the neutrinos are emitted well before the light from the supernova peaks, so in principle neutrino detectors could give warning to astronomers that a supernova has occurred and may soon be visible. The neutrino pulse from supernova 1987A arrived 3 hours before the associated photons – but SNEWS was not yet active and it was not recognised as a supernova event until after the photons arrived.
Directional precision of approximately 5° is expected. SNEWS is not able to give warning of a type Ia supernova, as they are not expected to produce significant numbers of neutrinos. Type Ia supernovae, caused by a runaway nuclear fusion reaction in a white dwarf star, are thought to account for roughly one-third of all supernovae.
The detectors send reports of a possible supernova to a computer at Brookhaven National Laboratory to identify a supernova. If the SNEWS computer identifies signals from two detectors within 10 seconds, the computer will send a supernova alert to observatories around the world to study the supernova. The SNEWS mailing list is open-subscription, and the general public is allowed to sign up; however, the SNEWS collaboration encourages amateur astronomers to instead use Sky and Telescope magazine’s AstroAlert service, which is linked to SNEWS.
Het énige tegenverhaal van praktische waarde dat ik sinds de mislukte staatsgreep ben tegengekomen is dat van Arnold Schwarzenegger. https://t.co/GO1rlkjNmR | 2020 United States presidential election / Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 https://t.co/KkbAcH4GZH
Zaterdag, Eerste sneeuw (?), Campagneaftrap Kies voor 14, NANOGrav Finds Possible ‘First Hints’ of Low-Frequency Gravitational Wave Background.
Eerste sneeuw:
Code Geel 16 januari 2021 Sneeuw(??). Het KNMI had code geel afgegeven voor sneeuwval en bijbehorende gladheid. Er viel echter maar een enkel sneeuwvlokje, helaas geen winterpret…
Astronomy’s Great Debate: The Nature of the Universe and the Future of Astronomy.
Watch Dr Brian Keating, David Spergel, Janna Levin, Sara Seager, Wendy Freedman, & Nobel Prize winner Adam Riess debate the hottest topics in modern astronomy while celebrating the Hubble Space Telescope’s 30th birthday🎉
…bij A3veen.nl, sinds 29-04-2003 de webplek van Aaldrik Adrie (A3) van der Veen, met een weBLOG vol weetjes die het delen waard zijn, onder het motto: “Zie de wereld door de ogen van A3…”