Een planeet is een hemellichaam dat om een ster beweegt. Planeten hebben genoeg massa om een ronde vorm te benaderen, maar te weinig massa om in hun binnenste tot kernfusie te leiden, zodat ze zelf geen licht geven.
Wikipedia: De planeten van het zonnestelsel en de maan in volgorde vanaf de zon naar buiten (planeten niet op schaal)
Introductie: In het zonnestelsel bewegen acht planeten om de Zon. De Aarde is daarvan zeer waarschijnlijk de enige waarop leven voorkomt. In het sterrenstelsel waartoe de Zon behoort, de Melkweg, hebben waarschijnlijk de meeste sterren een planetenstelsel, waarin een of meer planeten rond de ster bewegen.
Een planeet die om een andere ster dan de Zon wentelt, heet exoplaneet. Exoplaneten zijn moeilijk waar te nemen: ze zijn uiterst lichtzwak omdat ze doorgaans kleiner zijn dan sterren en uitsluitend weerkaatst licht uitzenden, en ze bevinden zich bovendien dicht bij de veel lichtsterkere centrale ster. De eerste onrechtstreekse waarnemingen die het bestaan van exoplaneten bevestigden, dateren uit de jaren 1990. Pas sinds 2004 zijn er rechtstreekse waarnemingen. Naast directe waarneming onderscheidt men de volgende methoden om exoplaneten te vinden:
fotometrie: waarneming van een periodieke variatie in de helderheid van de centrale ster, veroorzaakt door een overgang van de planeet, zoals bij bedekkingsveranderlijken
gravitationele microlensing: een toevallige gebeurtenis waarbij een grote, onzichtbare planeet een variatie veroorzaakt in de afbuiging van het licht van achterliggende, verder verwijderde sterren
Solitaire planeten hebben geen ster in de omgeving die hun baan bepaalt. Ze zijn moeilijk waarneembaar maar in december 2021 maakte de European Southern Observatory bekend, dat ze er zeventig had opgespoord in de sterrenbeelden Schorpioen en Slangendrager. Daardoor kan nu onderzoek worden gedaan naar hun ontstaansgeschiedenis.
De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van planeten en andere hemellichamen, heet planetologie.
The Silurian hypothesis is a thought experiment which assesses modern science’s ability to detect evidence of a prior advanced civilization, perhaps several million years ago.
The idea was presented in a 2018 paper by Adam Frank, an astrophysicist at the University of Rochester, and Gavin Schmidt, director of the Goddard Institute for Space Studies. Frank and Schmidt imagined an advanced civilization before humans and pondered whether it would “be possible to detect an industrial civilization in the geological record”. They argue as early as the Carboniferous era (~350 million years ago) “there has been sufficient fossil carbon to fuel an industrial civilization comparable with our own”. However, they also wrote: “While we strongly doubt that any previous industrial civilization existed before our own, asking the question in a formal way that articulates explicitly what evidence for such a civilization might look like raises its own useful questions related both to astrobiology and to Anthropocene studies.” The term “Silurian hypothesis” was inspired by the fictional species called the Silurians from the British television series Doctor Who.
According to Frank and Schmidt, since fossilization is relatively rare and little of Earth’s exposed surface is from before the Quaternary time period (~2.5 million years ago), there is low probability of finding direct evidence of such a civilization, such as technological artifacts. After a great time span, the researchers concluded, contemporary humans would be more likely to find indirect evidence such as rapid changes in temperature or climate (as occurred during the Paleocene–Eocene Thermal Maximum ~55 million years ago); evidence of tapping geothermal power sources; or anomalies in sediment such as their chemical composition (e.g., evidence of artificial fertilizers) or isotope ratios (e.g., there is no naturally occurring plutonium-244 outside a supernova, so evidence of this isotope could indicate a technologically advanced civilization). Objects that could indicate possible evidence of past civilizations include plastics and nuclear wastes residues buried deep underground or on the ocean floor.
Frank and Schmidt speculate such a civilization could have gone to space and left artifacts on other celestial bodies, such as the Moon and Mars. Evidence for artifacts on these two worlds would be easier to find than on Earth, where erosion and tectonic activity would erase much of it.
Frank first approached Schmidt to discuss how to detect alien civilizations via their potential impact upon climate through the study of ice cores and tree rings. They both realized that the hypothesis could be expanded and applied to Earth and humanity due to the fact that humans have been in their current form for the past 300,000 years and have had sophisticated technology for only the last few centuries.
Mars: Mars is vanaf de zon geteld de vierde planeet van het zonnestelsel, om de zon draaiend in een baan tussen die van de Aarde en die van Jupiter. De planeet is kleiner dan de Aarde en met een (maximale) magnitude van -2,9 minder helder dan Venus en meestal minder helder dan Jupiter. Mars wordt wel de rode planeet genoemd maar is in werkelijkheid eerder okerkleurig. De planeet is vernoemd naar de Romeinse god van de oorlog. Mars is gemakkelijk met het blote oog te bespeuren, vooral in de maanden rond een oppositie. ’s Nachts is Mars dan te zien als een heldere roodachtige “ster” die evenwel door haar relatieve nabijheid geen puntbron is maar een schijfje. Daarom flonkert Mars niet zoals bv. de verre rode reuzensterAldebaran.
Bron: Wikipedia, Blueish-white water ice clouds hang above the volcanoes of Tharsis, on Mars
Mars is een terrestrische planeet met een ijle atmosfeer. Het oppervlak is op sommige plekken net zoals dat van de Maan bezaaid met inslagkraters, terwijl op andere plaatsen net zoals op de Aarde, vulkanen, valleien, zandduinen en poolkappen voorkomen. Verder komen ook de rotatieperiode (etmaal) en de wisselingen van de seizoenen op Mars bij benadering overeen met die van de Aarde. Mars heeft twee manen; Phobos en Deimos. Beiden zijn kleine, onregelmatig gevormde objecten. Mogelijk zijn deze twee manen door de zwaartekracht van Mars ingevangen planetoïden.
Voor de tijd van de ruimtevaart werd vaak gedacht dat leven en vloeibaar water op Mars voorkwamen. Nadat in 1965 de ruimtesondeMariner 4 langs Mars vloog, werd aangenomen dat geen van beide het geval kon zijn. In 2003 ontdekte de ESA-sonde Mars Express water in de vorm van waterdamp en ijs op Mars. In 2008 werden door de ruimtesondePhoenix ijsmonsters rechtstreeks onderzocht. Waarnemingen door de Mars Reconnaissance Orbiter hebben mogelijk stromend water ontdekt tijdens de warmste maanden op Mars. In 2015 maakte NASA bekend dat er bewijs gevonden is voor stromend water. In 2017 werd die stellige bewering echter ingetrokken.
Pluto: Pluto is een dwergplaneet in de Kuipergordel, de voorlaatste zone van het zonnestelsel. De dwergplaneet is vernoemd naar de Romeinse god van de onderwereld, Pluto. Pluto werd op 18 februari 1930 ontdekt door de AmerikaanClyde Tombaugh en werd tot 2006 geclassificeerd als de negende planeet. Hij heeft in de catalogus van planetoïdennummer 134340. De sterk excentrischebaan van Pluto ligt grotendeels buiten die van de planeet Neptunus. Hij draait in 248 jaar om de zon en is gemiddeld bijna 40 maal zo ver ervan verwijderd als de Aarde. Pluto heeft vijf manen, waarvan de grootste – Charon – zoveel massa heeft dat Pluto en Charon rond een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien dat buiten het oppervlak van Pluto zelf ligt, waardoor beide hemellichamen door sommigen als een dubbel-dwergplaneet worden gezien.
Milankovitch-parameters: De Milanković-parameters, ook: Milankovitch-parameters, zijn astronomische grootheden die cyclische variaties veroorzaken. Zij zijn van invloed op de klimaatveranderingen op de aarde, gezien over de perioden van duizenden jaren, op het ritme waarmee ijstijden en interglacialen elkaar afwisselen. Dat komt omdat zij de intensiteit en de verdeling van het zonlicht op de aarde bepalen.
De invloed van de maat van deze parameters op de temperatuur op aarde is het gevolg van het feit dat de landmassa’s niet gelijkmatig over de aarde verdeeld liggen. Variaties in het klimaat kunnen met behulp van bijvoorbeeld sequentiestratigrafie over lange tijd in het verleden worden onderzocht.
…bij A3veen.nl, sinds 29-04-2003 de webplek van Aaldrik Adrie (A3) van der Veen, met een weBLOG vol weetjes die het delen waard zijn, onder het motto: “Zie de wereld door de ogen van A3…”