De aarde warmt op doordat we te veel broeikasgassen uitstoten, hierdoor stijgen de temperaturen.
Uit de KNMI’23-scenario’s blijkt dat niet alleen de gemiddelde temperatuur stijgt, maar dat ook de hitte-extremen toenemen. Vooral in sterk versteende gebieden is extreme hitte een probleem. Dit komt door het hitte-eilandeffect. De broeikasgassen in de atmosfeer houden de warmtestraling van de zon vast en zorgen voor een ‘natuurlijk’ broeikaseffect. Zonder dit effect zou de gemiddelde temperatuur op aarde 33 graden lager liggen. Door verschillende activiteiten van de mens, zoals de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing, komen er meer broeikasgassen in de atmosfeer, waaronder CO2. Dit versterkt het broeikaseffect en zorgt voor de opwarming van de aarde. Wereldwijd is de temperatuur rond 2026 ongeveer 1,5 °C hoger dan in de periode 1850-1900. Voor Nederland is dat nog meer: het Klimaatdashboard van het KNMI laat zien dat de gemiddelde temperatuur in De Bilt sinds 1901 met ongeveer 2,6 °C gestegen is. Ook zie je dat de gemiddelde temperatuur tussen 2014 en nu sterker lijkt te zijn toegenomen. Volgens de KNMI-klimaatscenario’s neemt de gemiddelde temperatuur in Nederland de komende jaren verder toe. Als je kijkt naar het Klimaatdashboard zal in het meest extreme scenario de temperatuur rond 2050 stijgen tot 12,1 °C en rond 2100 tot 14,8 °C. De opwarming is het grootst in de zomer en het kleinst in de winter en de lente. De zomers krijgen meer tropische nachten, met een minimumtemperatuur van 20°C of hoger. In het extreme scenario neemt in De Bilt het aantal tropische nachten per zomer toe van 0,3 in het huidige klimaat tot 3 rond 2050 en tot 19 in 2100. Ook komen er meer zomerse dagen, met een maximumtemperatuur van 25°C of hoger. In het extreme scenario neemt in De Bilt het aantal zomerse dagen per jaar toe van 28 in het huidige klimaat tot 49 rond 2050 en 89 rond 2100.
De Europese hittegolf van juni 2026 van 17 tot 29 juni 2026 wordt gezien als de zwaarste hittegolf in het getroffen gebied, zowel qua temperatuur als qua luchtvochtigheid, en de meest uitgestrekte die West-Europa ooit heeft getroffen. Dit blijkt uit een analyse van de World Weather Attribution, een internationale samenwerking van wetenschappers. Er vielen duizenden extra doden vergeleken met een normale periode (oversterfte). Vermoedelijk stierven een miljoen vleeskippen. Met name de nachten waren opvallend warm, wat als gevolg had dat woningen niet konden afkoelen.
Europa werd in de zomer van 2026 getroffen door een uitzonderlijk zwaar natuurbrandseizoen. Het Middellandse Zeegebied werd zwaar getroffen, met grote branden in onder meer Spanje, Frankrijk, Italië, Griekenland, Kroatië en verschillende landen op de Balkan. Ook verder naar het noorden kwamen omvangrijke natuurbranden voor. Halverwege augustus was volgens het Europese informatiesysteem voor bosbranden EFFIS ongeveer 576.000 hectare natuurgebied in Europa door brand getroffen. De omvang en verspreiding van de branden werden mede bepaald door uitzonderlijk warme en droge weersomstandigheden. West-Europa beleefde in juni 2026 zijn warmste juni sinds het begin van de beschikbare metingen. De gemiddelde temperatuur in West-Europa bedroeg die maand 20,74 °C, 3,06 °C boven het gemiddelde over de periode 1991–2020. Grote delen van West-, Centraal- en Oost-Europa waren tegelijkertijd droger dan gemiddeld. De combinatie van weinig neerslag, lage bodemvochtigheid en extreme hitte droeg volgens de Copernicus Climate Change Service bij aan het ontstaan en de intensivering van natuurbranden, met name in Spanje en Frankrijk. De droge omstandigheden hielden in verschillende gebieden gedurende de zomer aan. Langdurige perioden met weinig neerslag zorgden ervoor dat de bodem en vegetatie uitdroogden. Droog gras, struikgewas en bomen konden daardoor gemakkelijker branden wanneer eenmaal vuur ontstond. Hoge temperaturen vergrootten de verdamping en konden de vegetatie verder uitdrogen. Ook sterke wind speelde bij verschillende grote branden een belangrijke rol. Wind kan een vuurfront sneller voortstuwen en brandend materiaal over grotere afstanden verspreiden, waardoor nieuwe brandhaarden kunnen ontstaan. Bij de grote brand bij Omiš in Kroatië werd de snelle verspreiding van het vuur bijvoorbeeld mede toegeschreven aan sterke wind.
…bij A3veen.nl, sinds 29-04-2003 de webplek van Aaldrik Adrie (A3) van der Veen, met een weBLOG vol weetjes die het delen waard zijn, onder het motto: “Zie de wereld door de ogen van A3…”
Uit de KNMI’23-scenario’s blijkt dat niet alleen de gemiddelde temperatuur stijgt, maar dat ook de hitte-extremen toenemen. Vooral in sterk versteende gebieden is extreme hitte een probleem. Dit komt door het hitte-eilandeffect. De broeikasgassen in de atmosfeer houden de warmtestraling van de zon vast en zorgen voor een ‘natuurlijk’ broeikaseffect. Zonder dit effect zou de gemiddelde temperatuur op aarde 33 graden lager liggen. Door verschillende activiteiten van de mens, zoals de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing, komen er meer broeikasgassen in de atmosfeer, waaronder CO2. Dit versterkt het broeikaseffect en zorgt voor de opwarming van de aarde. Wereldwijd is de temperatuur rond 2026 ongeveer 1,5 °C hoger dan in de periode 1850-1900. Voor Nederland is dat nog meer: het Klimaatdashboard van het KNMI laat zien dat de gemiddelde temperatuur in De Bilt sinds 1901 met ongeveer 2,6 °C gestegen is. Ook zie je dat de gemiddelde temperatuur tussen 2014 en nu sterker lijkt te zijn toegenomen. Volgens de KNMI-klimaatscenario’s neemt de gemiddelde temperatuur in Nederland de komende jaren verder toe. Als je kijkt naar het Klimaatdashboard zal in het meest extreme scenario de temperatuur rond 2050 stijgen tot 12,1 °C en rond 2100 tot 14,8 °C. De opwarming is het grootst in de zomer en het kleinst in de winter en de lente. De zomers krijgen meer tropische nachten, met een minimumtemperatuur van 20°C of hoger. In het extreme scenario neemt in De Bilt het aantal tropische nachten per zomer toe van 0,3 in het huidige klimaat tot 3 rond 2050 en tot 19 in 2100. Ook komen er meer zomerse dagen, met een maximumtemperatuur van 25°C of hoger. In het extreme scenario neemt in De Bilt het aantal zomerse dagen per jaar toe van 28 in het huidige klimaat tot 49 rond 2050 en 89 rond 2100.
De Europese hittegolf van juni 2026 van 17 tot 29 juni 2026 wordt gezien als de zwaarste hittegolf in het getroffen gebied, zowel qua temperatuur als qua luchtvochtigheid, en de meest uitgestrekte die West-Europa ooit heeft getroffen. Dit blijkt uit een analyse van de World Weather Attribution, een internationale samenwerking van wetenschappers. Er vielen duizenden extra doden vergeleken met een normale periode (oversterfte). Vermoedelijk stierven een miljoen vleeskippen. Met name de nachten waren opvallend warm, wat als gevolg had dat woningen niet konden afkoelen.
Europa werd in de zomer van 2026 getroffen door een uitzonderlijk zwaar natuurbrandseizoen. Het Middellandse Zeegebied werd zwaar getroffen, met grote branden in onder meer Spanje, Frankrijk, Italië, Griekenland, Kroatië en verschillende landen op de Balkan. Ook verder naar het noorden kwamen omvangrijke natuurbranden voor. Halverwege augustus was volgens het Europese informatiesysteem voor bosbranden EFFIS ongeveer 576.000 hectare natuurgebied in Europa door brand getroffen. De omvang en verspreiding van de branden werden mede bepaald door uitzonderlijk warme en droge weersomstandigheden. West-Europa beleefde in juni 2026 zijn warmste juni sinds het begin van de beschikbare metingen. De gemiddelde temperatuur in West-Europa bedroeg die maand 20,74 °C, 3,06 °C boven het gemiddelde over de periode 1991–2020. Grote delen van West-, Centraal- en Oost-Europa waren tegelijkertijd droger dan gemiddeld. De combinatie van weinig neerslag, lage bodemvochtigheid en extreme hitte droeg volgens de Copernicus Climate Change Service bij aan het ontstaan en de intensivering van natuurbranden, met name in Spanje en Frankrijk. De droge omstandigheden hielden in verschillende gebieden gedurende de zomer aan. Langdurige perioden met weinig neerslag zorgden ervoor dat de bodem en vegetatie uitdroogden. Droog gras, struikgewas en bomen konden daardoor gemakkelijker branden wanneer eenmaal vuur ontstond. Hoge temperaturen vergrootten de verdamping en konden de vegetatie verder uitdrogen. Ook sterke wind speelde bij verschillende grote branden een belangrijke rol. Wind kan een vuurfront sneller voortstuwen en brandend materiaal over grotere afstanden verspreiden, waardoor nieuwe brandhaarden kunnen ontstaan. Bij de grote brand bij Omiš in Kroatië werd de snelle verspreiding van het vuur bijvoorbeeld mede toegeschreven aan sterke wind.
Lente (maart, april, mei) 2026 : Zeer warm, zeer droog en zeer zonnig
Krachtigste El Niño in jaren op komst, heeft dit gevolgen voor Nederland?
Is er een sterke El Niño op komst?
C3S global temperature trend monitor : Global warming reached an estimated 1,43 in April 2026
Oorzaken van de toenemende hitte
Klimaat (verandering) : Gevolgen van de opwarming van de Aarde
Heat Action Day 2026
KNMI Code Rood : WEERALARM extreme hitte in grote delen van Nederland / RIVM Hitteplan actief in heel Nederland / RIVM kans op smog door ozon / KMI Code Rood : Hitte
WMO: Prepare for El Niño
Climate.gov ENSO Blog Posts
2026 Almería wildfire
Aantal dagen met grootschalig hoog natuurbrandgevaar wereldwijd verdubbeld
Increasingly hot Europe faces more Severe Droughts and Growing Challenges for Water and Land Management – publication
Droogtealarm leidt lokaal tot unieke ingrepen, maar hoogste crisisfase blijft uit
Sierteelt! Heeft niets met ‘boer en voer’ te maken
“Ondernemers die jengelen om ‘compensatie’ (= belastinggeld) voor droogteschade worden met ernst en empathie benaderd, ook als ze zich decennialang hebben laten vertegenwoordigen door klimaatontkenners, …”
De Noordzee was niet eerder zo warm. 🌊🥵
Tachtigste warme dag (>20C) in De Bilt vandaag dit jaar
Agenda – Overstromingen in Nepal en Tibet 2026 / Nepal floods
Gegevens