De bevindingen zijn ernstig: minstens 41 wolven zijn gestroopt, bijna 15% van alle genetisch bevestigde wolven is spoorloos verdwenen, en achter deze verdwijningen gaat een wijdvertakt netwerk van georganiseerde stroperij schuil dat opereert met vrijwel totale straffeloosheid. Sinds de terugkeer van de wolf naar Nederland in 2018 zijn naar verluidt minstens 41 wolven gestroopt, waarvan het merendeel op de Veluwe (provincie Gelderland) en in Noordoost-Nederland. Uit de monitoringdata blijkt bovendien dat 38 van de 259 in Nederland bekende wolven (1 op de 7) zijn verdwenen op een manier die niet te verklaren is door natuurlijke sterfte of emigratie. Maar de werkelijke omvang gaat verder dan de cijfers alleen. Het onderzoek — gebaseerd op interviews met 61 getuigen, monitoring van sociale media en openbronnenonderzoek, en analyse van tien jaar monitoringdata — toont aan dat de vervolging van wolven in Nederland geen randverschijnsel is. Het is een wijdvertakt netwerk van georganiseerde stroperij dat opereert met vrijwel totale straffeloosheid, met de stilzwijgende steun van aanzienlijke delen van de plattelandsgemeenschap. Wolven worden meestal doodgeschoten, maar ook opzettelijk achtervolgd en aangereden, en mogelijk vergiftigd. Karkassen worden begraven, verbrand in vuurtonnen en gedumpt in mestkelders — technieken die specifiek zijn gekozen om bewijs te vernietigen. Uit getuigenverklaringen en socialemediaonderzoek komt naar voren dat de daders voornamelijk afkomstig zijn uit kringen van veehouders en jagers, verbonden door hechte sociale netwerken en gefaciliteerd door socialemediaplatforms die real-time wolvenzichtmeldingen verspreiden. Een van de centrale bevindingen van het rapport is dat wolvenstroperij in Nederland niet door één enkele oorzaak wordt gedreven en dus ook niet door één enkele maatregel kan worden opgelost. Het onderzoek identificeert vijf drijfveren die elkaar onderling versterken:
De eerste drijfveer zijn reële grieven in plattelandsgemeenschappen — (hobby-)veehouders die schade lijden, angst voor de veiligheid van kinderen en huisdieren, vergoedingsregelingen die per provincie verschillen, en het gevoel dat de overheid deze grieven niet serieus neemt. Tegelijkertijd ziet een aanzienlijk deel van de veehouders bewust af van beschermingsmaatregelen — wat veeaanvallen in de hand werkt en het conflict verder aanwakkert.
De tweede drijfveer is de rol van sociale media, die grieven en angsten versterken en zo leiden tot radicalisering en groeiende wolvenhaat — en die tegelijkertijd de praktische coördinatie van vervolging faciliteren.
De derde drijfveer is politieke normalisering: politici die de wolf consequent framen als een indringer die niet thuishoort in het Nederlandse cultuurlandschap en die gedocumenteerde wolvenvervolging door de vingers zien — en deze daarmee stilzwijgend legitimeren.
De vierde drijfveer betreft het falen van bestuur en handhaving. Versnipperd bestuur en de geleidelijke afbraak van de natuurhandhavingscapaciteit in het buitengebied hebben omstandigheden geschapen waarin stroperij nauwelijks enig risico op ontdekking of vervolging met zich meebrengt.
De vijfde drijfveer zijn sociaal-culturele identiteiten — verankerd in jachtcultuur, de hechte solidariteit van plattelandsgemeenschappen, en in sommige gemeenschappen in de Biblebelt een theologische overtuiging dat de mens boven de natuur staat — die maken dat het verzet tegen de wolf diepgeworteld is en dat beleid er nauwelijks vat op heeft.
Het rapport besluit met aanbevelingen gericht aan de rijksoverheid, provincies, gemeenten, handhavingsinstanties en het Openbaar Ministerie, jagers- en boerenorganisaties, media en journalisten, socialemediaplatforms en ngo’s. Deze aanbevelingen gaan verder dan technische en juridische maatregelen en richten zich ook op de sociale en emotionele dimensie van het conflict: het herstel van vertrouwen tussen overheid en plattelandsgemeenschappen, zonder welk een duurzame vermindering van het conflict en vreedzaam samenleven met de wolf niet mogelijk zijn.
EcoJust publiceert ‘Terug in het vizier: Wolvenstroperij in Nederland’, het eerste systematische onderzoek naar de aard, omvang en drijfveren van wolvenvervolging in Nederland.
De bevindingen zijn ernstig: minstens 41 wolven zijn gestroopt, bijna 15% van alle genetisch bevestigde wolven is spoorloos verdwenen, en achter deze verdwijningen gaat een wijdvertakt netwerk van georganiseerde stroperij schuil dat opereert met vrijwel totale straffeloosheid. Sinds de terugkeer van de wolf naar Nederland in 2018 zijn naar verluidt minstens 41 wolven gestroopt, waarvan het merendeel op de Veluwe (provincie Gelderland) en in Noordoost-Nederland. Uit de monitoringdata blijkt bovendien dat 38 van de 259 in Nederland bekende wolven (1 op de 7) zijn verdwenen op een manier die niet te verklaren is door natuurlijke sterfte of emigratie. Maar de werkelijke omvang gaat verder dan de cijfers alleen. Het onderzoek — gebaseerd op interviews met 61 getuigen, monitoring van sociale media en openbronnenonderzoek, en analyse van tien jaar monitoringdata — toont aan dat de vervolging van wolven in Nederland geen randverschijnsel is. Het is een wijdvertakt netwerk van georganiseerde stroperij dat opereert met vrijwel totale straffeloosheid, met de stilzwijgende steun van aanzienlijke delen van de plattelandsgemeenschap. Wolven worden meestal doodgeschoten, maar ook opzettelijk achtervolgd en aangereden, en mogelijk vergiftigd. Karkassen worden begraven, verbrand in vuurtonnen en gedumpt in mestkelders — technieken die specifiek zijn gekozen om bewijs te vernietigen. Uit getuigenverklaringen en socialemediaonderzoek komt naar voren dat de daders voornamelijk afkomstig zijn uit kringen van veehouders en jagers, verbonden door hechte sociale netwerken en gefaciliteerd door socialemediaplatforms die real-time wolvenzichtmeldingen verspreiden. Een van de centrale bevindingen van het rapport is dat wolvenstroperij in Nederland niet door één enkele oorzaak wordt gedreven en dus ook niet door één enkele maatregel kan worden opgelost. Het onderzoek identificeert vijf drijfveren die elkaar onderling versterken:
De eerste drijfveer zijn reële grieven in plattelandsgemeenschappen — (hobby-)veehouders die schade lijden, angst voor de veiligheid van kinderen en huisdieren, vergoedingsregelingen die per provincie verschillen, en het gevoel dat de overheid deze grieven niet serieus neemt. Tegelijkertijd ziet een aanzienlijk deel van de veehouders bewust af van beschermingsmaatregelen — wat veeaanvallen in de hand werkt en het conflict verder aanwakkert.
De tweede drijfveer is de rol van sociale media, die grieven en angsten versterken en zo leiden tot radicalisering en groeiende wolvenhaat — en die tegelijkertijd de praktische coördinatie van vervolging faciliteren.
De derde drijfveer is politieke normalisering: politici die de wolf consequent framen als een indringer die niet thuishoort in het Nederlandse cultuurlandschap en die gedocumenteerde wolvenvervolging door de vingers zien — en deze daarmee stilzwijgend legitimeren.
De vierde drijfveer betreft het falen van bestuur en handhaving. Versnipperd bestuur en de geleidelijke afbraak van de natuurhandhavingscapaciteit in het buitengebied hebben omstandigheden geschapen waarin stroperij nauwelijks enig risico op ontdekking of vervolging met zich meebrengt.
De vijfde drijfveer zijn sociaal-culturele identiteiten — verankerd in jachtcultuur, de hechte solidariteit van plattelandsgemeenschappen, en in sommige gemeenschappen in de Biblebelt een theologische overtuiging dat de mens boven de natuur staat — die maken dat het verzet tegen de wolf diepgeworteld is en dat beleid er nauwelijks vat op heeft.
Het rapport besluit met aanbevelingen gericht aan de rijksoverheid, provincies, gemeenten, handhavingsinstanties en het Openbaar Ministerie, jagers- en boerenorganisaties, media en journalisten, socialemediaplatforms en ngo’s. Deze aanbevelingen gaan verder dan technische en juridische maatregelen en richten zich ook op de sociale en emotionele dimensie van het conflict: het herstel van vertrouwen tussen overheid en plattelandsgemeenschappen, zonder welk een duurzame vermindering van het conflict en vreedzaam samenleven met de wolf niet mogelijk zijn.
Links:
Terug in het vizier
Nieuw rapport onthult systematische wolvenstroperij in Nederland
Gegevens
Locatie