Op 2 april 2025, een dag die de Amerikaanse president Trump “Liberation Day” (Bevrijdingsdag) noemde, kondigde hij een universele importheffing van 10% aan op alle goederen die de VS binnenkomen en hogere heffingen op goederen van 57 handelspartners (tariffs).
De oplegging van deze heffingen, die door de regering-Trump II omstreden “wederkerige heffingen” werden genoemd, evenals vergeldingsheffingen van andere landen, resulteerden in een onmiddellijke beurskrach en een bearmarkt. Volgens de door de regering-Trump vrijgegeven formule voor het berekenen van heffingen worden handelsdeficits als inherent negatief beschouwd en moeten ze worden geëlimineerd. De regering beweerde dat deze tekorten werden veroorzaakt door regelgevende barrières voor Amerikaanse producten, milieuheffingen, verschillen in consumptiebelastingsheffingen, kosten van naleving van de regelgeving en valutamanipulatie of onderwaardering. De basisheffing van 10% geldt echter ook voor landen met een handelsoverschot tegenover de VS, zoals de Verenigde Arabische Emiraten en Australië. De basisheffing van 10% ging in op 5 april. De extra heffingen gaan in op 9 april. Trump heeft de aanhoudende handelsoorlog met China opgevoerd door de basisheffing op importen uit het land na 9 april te verhogen naar een effectief niveau van 54%. Doordat China tegenheffingen aankondigde werden de heffingen op goederen uit China door Trump met nog eens 50% extra verhoogd, waardoor deze 104% werd. Hij begon een tweede handelsoorlog met Canada en Mexico door een heffing van 25% op te leggen op de meeste Canadese en Mexicaanse goederen, maar stelde later voor onbepaalde tijd een vrijstelling in voor alle USMCA-conforme goederen.
Trump presenteerde deze acties als een manier om de landen ter verantwoording te roepen voor de illegale drugshandel en immigratie, terwijl hij tegelijkertijd de binnenlandse productie steunde. Later legde hij een importheffing van 25% op op geïmporteerd staal, aluminium en autoproducten uit alle landen, en verwacht werd dat ook geïmporteerde auto-onderdelen zouden volgen. Opvallend is dat Rusland niet voorkomt op de lijst van getroffen landen. Canada, China en de Europese Unie hebben tegenheffingen aangekondigd, terwijl andere landen onderhandelingen zijn begonnen om verdere handelsgeschillen te voorkomen. Verschillende vooraanstaande Amerikaanse wetenschappers, waaronder degenen die door het Witte Huis worden aangehaald om de maatregel uit te leggen, hebben kritiek geuit op de shortcuts en de twijfelachtige wiskunde die de regering-Trump gebruikt om de heffingen te rechtvaardigen. President Trump heeft op 9 april voor tientallen landen een pauze van negentig dagen voor de wereldwijde importheffingen afgekondigd. Vanaf dat moment geldt voor die landen een heffing van 10 procent, schrijft hij op zijn socialemediaplatform Truth Social. Voor China wordt het percentage juist fors verhoogd naar 125%, op 16 april werden deze nogmaals verhoogd naar 245%. De verlaging geldt alleen voor de zogenoemde “wederzijdse heffingen” die Trump op 2 april had aangekondigd. Heffingen die al eerder ingingen, zoals die voor staal en auto’s uit Europa, blijven dus van kracht.
Op 1 augustus 2025 liep de laatste deadline af voor landen om een handelsakkoord te sluiten met de Verenigde Staten over de door hun aangekondigde importtarieven van 2 april. Enkel China krijgt nog een uitzonderlijk uitstel tot 10 november. Landen die tot een vergelijk kwamen, waren het Verenigd Koninkrijk op 8 mei, Vietnam op 2 juli, Indonesië op 16 juli, de Filipijnen op 22 juli, Japan op 23 juli en Zuid-Korea en Pakistan op 31 juli. De Europese Unie kwam op 27 juli ook tot een akkoord met de VS. Het basistarief voor import van de EU naar de VS steeg van 5 naar 15 procent en in de omgekeerde richting bleef het 0 procent. Over enkele specifieke producten zoals farmaceutische producten, staal en aluminium wordt nog onderhandeld. De EU maakte de belofte de volgende drie jaren voor 750 miljard dollar aan olie en gas van de VS aan te kopen, alsook voor miljarden aan militair materieel. Daarnaast gaat de EU ook nog eens voor een waarde van 600 miljard dollar aan investeringen uitvoeren in de VS. Voor landen zonder handelsakkoord gingen een aangepaste versie van de Bevrijdingsdagtarieven vanaf 7 augustus effectief in. In het kader van Amerikaanse pogingen om Groenland in te lijven kondigde president Trump in januari 2026 een extra heffing van 10% aan op goederen afkomstig uit landen die Denemarken steunden, met ingang van 1 februari 2026, op 1 juni 2026 te verhogen tot 25%.
Op 20 februari 2026 oordeelde het Hooggerechtshof dat de importheffingen (deels) onvoldoende juridische grondslag hadden: de wet op basis waarvan de heffingen waren opgelegd (de International Emergency Economic Powers Act) voorzag erin dat een door de president uitgevaardigde maatregel (achteraf) door het Congres diende te worden goedgekeurd, hetgeen hier niet gedaan was. Het Hooggerechtshof sprak zich niet uit over de vraag of de reeds opgelegde heffingen (ten bedrage van vele tientallen miljarden dollars) terugbetaald zouden moeten worden. President Trump reageerde teleurgesteld en liet zich in negatieve zin uit over de rechters. Hij kondigde enkele uren later een wereldwijde (“global”) heffing van 10% aan en heeft deze de volgende dag verhoogd naar 15%. Op 24 februari werd de heffing van kracht, echter Trumps nieuwe importheffing is voorlopig 10 procent, geen 15%.
Op 2 april 2025, een dag die de Amerikaanse president Trump “Liberation Day” (Bevrijdingsdag) noemde, kondigde hij een universele importheffing van 10% aan op alle goederen die de VS binnenkomen en hogere heffingen op goederen van 57 handelspartners (tariffs).
De oplegging van deze heffingen, die door de regering-Trump II omstreden “wederkerige heffingen” werden genoemd, evenals vergeldingsheffingen van andere landen, resulteerden in een onmiddellijke beurskrach en een bearmarkt. Volgens de door de regering-Trump vrijgegeven formule voor het berekenen van heffingen worden handelsdeficits als inherent negatief beschouwd en moeten ze worden geëlimineerd. De regering beweerde dat deze tekorten werden veroorzaakt door regelgevende barrières voor Amerikaanse producten, milieuheffingen, verschillen in consumptiebelastingsheffingen, kosten van naleving van de regelgeving en valutamanipulatie of onderwaardering. De basisheffing van 10% geldt echter ook voor landen met een handelsoverschot tegenover de VS, zoals de Verenigde Arabische Emiraten en Australië. De basisheffing van 10% ging in op 5 april. De extra heffingen gaan in op 9 april. Trump heeft de aanhoudende handelsoorlog met China opgevoerd door de basisheffing op importen uit het land na 9 april te verhogen naar een effectief niveau van 54%. Doordat China tegenheffingen aankondigde werden de heffingen op goederen uit China door Trump met nog eens 50% extra verhoogd, waardoor deze 104% werd. Hij begon een tweede handelsoorlog met Canada en Mexico door een heffing van 25% op te leggen op de meeste Canadese en Mexicaanse goederen, maar stelde later voor onbepaalde tijd een vrijstelling in voor alle USMCA-conforme goederen.
Trump presenteerde deze acties als een manier om de landen ter verantwoording te roepen voor de illegale drugshandel en immigratie, terwijl hij tegelijkertijd de binnenlandse productie steunde. Later legde hij een importheffing van 25% op op geïmporteerd staal, aluminium en autoproducten uit alle landen, en verwacht werd dat ook geïmporteerde auto-onderdelen zouden volgen. Opvallend is dat Rusland niet voorkomt op de lijst van getroffen landen. Canada, China en de Europese Unie hebben tegenheffingen aangekondigd, terwijl andere landen onderhandelingen zijn begonnen om verdere handelsgeschillen te voorkomen. Verschillende vooraanstaande Amerikaanse wetenschappers, waaronder degenen die door het Witte Huis worden aangehaald om de maatregel uit te leggen, hebben kritiek geuit op de shortcuts en de twijfelachtige wiskunde die de regering-Trump gebruikt om de heffingen te rechtvaardigen. President Trump heeft op 9 april voor tientallen landen een pauze van negentig dagen voor de wereldwijde importheffingen afgekondigd. Vanaf dat moment geldt voor die landen een heffing van 10 procent, schrijft hij op zijn socialemediaplatform Truth Social. Voor China wordt het percentage juist fors verhoogd naar 125%, op 16 april werden deze nogmaals verhoogd naar 245%. De verlaging geldt alleen voor de zogenoemde “wederzijdse heffingen” die Trump op 2 april had aangekondigd. Heffingen die al eerder ingingen, zoals die voor staal en auto’s uit Europa, blijven dus van kracht.
Op 1 augustus 2025 liep de laatste deadline af voor landen om een handelsakkoord te sluiten met de Verenigde Staten over de door hun aangekondigde importtarieven van 2 april. Enkel China krijgt nog een uitzonderlijk uitstel tot 10 november. Landen die tot een vergelijk kwamen, waren het Verenigd Koninkrijk op 8 mei, Vietnam op 2 juli, Indonesië op 16 juli, de Filipijnen op 22 juli, Japan op 23 juli en Zuid-Korea en Pakistan op 31 juli. De Europese Unie kwam op 27 juli ook tot een akkoord met de VS. Het basistarief voor import van de EU naar de VS steeg van 5 naar 15 procent en in de omgekeerde richting bleef het 0 procent. Over enkele specifieke producten zoals farmaceutische producten, staal en aluminium wordt nog onderhandeld. De EU maakte de belofte de volgende drie jaren voor 750 miljard dollar aan olie en gas van de VS aan te kopen, alsook voor miljarden aan militair materieel. Daarnaast gaat de EU ook nog eens voor een waarde van 600 miljard dollar aan investeringen uitvoeren in de VS. Voor landen zonder handelsakkoord gingen een aangepaste versie van de Bevrijdingsdagtarieven vanaf 7 augustus effectief in. In het kader van Amerikaanse pogingen om Groenland in te lijven kondigde president Trump in januari 2026 een extra heffing van 10% aan op goederen afkomstig uit landen die Denemarken steunden, met ingang van 1 februari 2026, op 1 juni 2026 te verhogen tot 25%.
Op 20 februari 2026 oordeelde het Hooggerechtshof dat de importheffingen (deels) onvoldoende juridische grondslag hadden: de wet op basis waarvan de heffingen waren opgelegd (de International Emergency Economic Powers Act) voorzag erin dat een door de president uitgevaardigde maatregel (achteraf) door het Congres diende te worden goedgekeurd, hetgeen hier niet gedaan was. Het Hooggerechtshof sprak zich niet uit over de vraag of de reeds opgelegde heffingen (ten bedrage van vele tientallen miljarden dollars) terugbetaald zouden moeten worden. President Trump reageerde teleurgesteld en liet zich in negatieve zin uit over de rechters. Hij kondigde enkele uren later een wereldwijde (“global”) heffing van 10% aan en heeft deze de volgende dag verhoogd naar 15%. Op 24 februari werd de heffing van kracht, echter Trumps nieuwe importheffing is voorlopig 10 procent, geen 15%.
Wat betekent de door Trump ontketende handelsoorlog voor onze pensioenen?
Live handelsoorlog – nu.nl
Global trade faces setback amid rising tariffs
Handelsoorlog door importheffingen
Europ of Euronder
‘Will call Modi, Xi’: Defiant Lula vows to deepen ties with Brics over Trump’s tariffs on Brazil
Supreme Court rules most Trump tariffs illegal in major setback for economic agenda
What will happen to Trump’s tariffs after supreme court verdict?
Trumps nieuwe importheffing voorlopig 10 procent, geen 15 procent
Een jaar na Trumps importheffingen, hoe staan we ervoor?
Gegevens